Op 16 september 2017 vindt de alweer 35e editie van de Nacht van de Poëzie plaats in TivoliVredenburg. Utrecht en het literaire evenement lijken met elkaar vergroeid. In de aanloop van het evenement interviewt Geestdrift Magazine Utrechtse dichters die je op de Nacht van de Poëzie kunt gaan zien. Deze keer: Alexis de Roode.

Tekst: Aster Hoving
Foto: Keke Keukelaar

De Roode (1970) woont sinds 1988 in Utrecht, waar hij naartoe verhuisde om geologie te studeren. Sinds de oprichting in 2009 maakt hij deel uit van het Utrechtse Stadsdichtersgilde, waar hij ook een aantal jaar Gildemeester was. Op de nacht van de Poëzie draagt hij voor uit zijn vierde bundel Een Steen Openvouwen (2017).

Je recent verschenen bundel is misschien te beschrijven als verkenning van de wrijving tussen idealisme en de compromissen van alledag, tussen de wereld verbeteren en het ingeperkte, routinematige leven van een werknemer (op kantoor). Waarom zouden de lezers van Geestdrift deze bundel moeten inzien?

Dank voor deze kans om reclame te maken voor mijn bundel ;-). Omdat er veel geweld in voorkomt, geweld verkoopt altijd. Omdat veel lezers later in een kantoorbaan verzeild zullen raken, daar kun je maar beter goed op voorbereid zijn. Omdat de bundel vier sterren kreeg in het Parool en een reeks regionale dagbladen, terwijl Piet Gerbrandy in de Groene Amsterdammer sprak van “een wonder van trefzekerheid”. Omdat de bundel sterk op deze tijd betrokken is. Omdat hij zowel voor links als rechts georiënteerde lezers verteerbaar blijkt, want ook The Post Online stelde dat dit mijn beste bundel tot dusver is. Je zou de bundel ook kunnen beschrijven als een verkenning van de grenzen van onze verantwoordelijkheid en schuld, in het licht van onze biologische bepaaldheid.

Als enige gemeente in Nederland heeft Utrecht de taak van het “Stadsdichten” in handen gegeven van een Gilde in plaats van een individuele stadsdichter. Daarnaast zet het gilde zich in voor de zichtbaarheid van poëzie in de stad. Kan je meer vertellen over het Utrechtse Stadsdichtersgilde? Waarom een gilde, en wat doen jullie zoal om de zichtbaarheid van poëzie in Utrecht te vergroten?

Ingmar Heyte heeft het Gilde in 2009 opgericht, toen hij Stadsdichter van Utrecht was, omdat hij teveel werk op zich af kreeg. De vraag naar poëzie bleek in Utrecht te groot voor één dichter. In 2011 heeft het Gilde officieel de taak van hem overgenomen. Voordeel van een Gilde is dat je altijd snel kunt reageren op een aanvraag, bijvoorbeeld een Eenzame Uitvaart. Een Gilde biedt een diversiteit aan stemmen en personages, zodat je per klus de geschikte persoon kunt zoeken. We hebben veel gedaan rond de Tour de France in Utrecht, o.a. een serie van twaalf zadelhoesjes met korte gedichten die we gratis over fietsen in de stad hebben verspreid. Dit jaar komt er een gedicht in de stoep bij het beeld van Adrianus van Utrecht en een gevelsteen bij het Bartholomeus Gasthuis. We hebben ook een project met Syrische asielzoekers gedaan. We schrijven stadsgedichten bij officiële gebeurtenissen in de stad; dat kan variëren van de herdenking van Charlie Hebdo op het Domplein tot de ondergang van Stomerij Duraco. Maar we hebben ook meer literaire georiënteerde projecten gedaan, o.a. rond Yeats en Carol Ann Duffy. Het Gilde bestaat momenteel uit 14 gepubliceerde dichters. Zie www.stadsdichtersgilde.nl.

Het Stadsdichtersgilde en de Nacht zijn natuurlijk niet de enige organisaties in Utrecht die zich inzetten voor de zichtbaarheid van poëzie en/of literatuur: er is in de stad een groot aanbod aan boekhandels en evenementen. Wat zijn jouw favoriete literaire locaties/activiteiten in Utrecht?

Vergeet Het Literatuurhuis niet, de belangrijkste literaire organisatie in de stad; de Nacht en het NK Poetry Slam worden allebei georganiseerd door Het Literatuurhuis, evenals het ILFU. En dan is er Salon Saffier, Mooie Woorden, allerlei Spoken Word initiatieven, Missy Green, etc. Mijn favorieten zijn de maandelijkse U-slam in café De Bastaard, elke eerste woensdag van de maand (behalve in de zomer), de jaarlijkse Nacht van de Poëzie in september en het NK Poetry Slam in januari. Van de boekhandels hebben Savannah Bay, Bijleveld en de Literaire Boekhandel een streepje voor.

Naast dat de lezers van Geestdrift je bundel lezen, zou het natuurlijk ook heel leuk zijn als ze naar je komen luisteren tijdens de Nacht van de Poëzie. Je hebt eens over jezelf hebt gezegd dat je “tamelijk goed” kunt voordragen. Hoe belangrijk is de voordracht, bij poëzie, en wat voor verschil maakt de voordracht ten overstaande van geschreven werk?

Voordracht is een fundamenteel ander medium voor poëzie dan papier. Het is klank vs schrifttekens. Dat verschil is even fundamenteel als het verschil tussen bijvoorbeeld een schilderij en een beeld. Je kunt in beide media eenzelfde idee uitdrukken, maar je ben wel bezig met een andere kunstvorm. Bij voordracht wordt het tempo en het ritme van de taal uitsluitend bepaald door de spreker, op papier is eigenlijk alleen sprake van een ruimtelijke verdeling, die door de lezer wordt vertaald naar een temporele verdeling. Met je intonatie en mimiek kun je bij een voordracht een tekst veranderen, je kunt betekenislagen toevoegen of verwijderen. Tegelijk verlies je alle grafische aspecten van een gedicht en de mogelijkheid voor de lezer om een regel te herlezen. Op papier staat de tijd stil, tot de lezer in beweging komt. In aanmerking genomen dat poëzie van oorsprong een orale traditie is, is poëzie op papier eigenlijk de afgeleide kunstvorm, maar het tijdloze wint op den duur altijd van het tijdelijke. Toch bied elk medium zijn eigen voordelen en verrukkingen. Tijdens de Nacht is de voordrachtstijd helaas kort, maar acht minuten.

Dit is niet de eerste keer dat je op de Nacht staat. In 2007 en 2008 stond je ook op het podium. Wat is er bijzonder aan de Nacht van de Poëzie? Heb je een favoriete herinnering aan een van de voorgaande avonden?

De Nacht is wat mij betreft het ultieme poëziepodium van Nederland. De ervaring van een zaal met 2000 mensen voor je, boven je, om je heen, vol aandacht en welwillendheid, is onbeschrijfelijk. De akoestiek in de grote zaal van Vredenburg is erg goed. Talloze grote Nederlandse dichters hebben er gestaan, zoals Hugo Claus, Gerrit Kouwenaar, Lucebert, Neeltje Maria Min, Herman de Coninck, Leo Vroman, Bernlef, Rutger Kopland, enzovoort. Het is jammer dat Vasalis er nooit heeft gestaan. Mijn favoriete herinnering is eigenlijk de herinnering aan de Nacht van 1999, de eerste Nacht die ik bezocht. Ik weet nog dat ik rondliep met het gevoel: hier ben ik dan. Ik had een voorgevoel dat ik hier later als dichter zou optreden, terwijl ik daar in 1999 nauwelijks reden toe had, want ik had nog nooit iets gepubliceerd of voorgelezen op dat moment.

Als laatste een vraag over de aankomende Nacht. Wie mogen we, naast jou, niet missen?

Eigenlijk mag je niemand missen, want er zit geen slechte dichter tussen. Het slimste is om alleen tijdens de entr’actes de zaal te verlaten, want er valt niks te plannen: de volgorde van de dichters wordt traditiegetrouw niet bekendgemaakt. Het is zeer de moeite waard om Antjie Krog te zien, een grootmeester in de voordracht. Frank Koenegracht is altijd geweldig. Verder ben ik erg benieuwd naar Simone Atangana Bekono en Idwer de la Parra, nieuwe stemmen die ik beide nog nooit heb gehoord. Maar eigenlijk kan ik alle dichters op de lijst van harte aanbevelen.