Op 16 september 2017 vindt alweer de 35e editie van de Nacht van de Poëzie plaats in TivoliVredenburg. Utrecht en het literaire evenement lijken met elkaar vergroeid. In de aanloop van het evenement interviewt Geestdrift Magazine Utrechtse dichters die je op de Nacht van de Poëzie kunt gaan zien. Deze keer: Vicky Francken.

Door: Aster Hoving

Francken (1989) woont in Utrecht sinds het begin van haar studie Frans in 2007. Ze publiceerde onder andere in Tirade, Revisor, Hollands Maandblad en Het Liegend Konijn, en kreeg voor haar tijdschriftdebuut de Hollands Maandblad Schrijversbeurs. Op de Nacht van de Poëzie draagt ze voor uit haar debuutbundel Röntgenfotomodel (2017), waar ze de C. Buddingh’-prijs voor ontving.

Ik vond het moeilijk je bundel te omschrijven, dus ik begin met wat de website van de Bezige Bij mij vertelt – volgens hen wordt in Röntgenfotomodel een lichaam tegen het licht gehouden. Ik denk inderdaad dat je gedichten bijna röntgenfoto’s zijn, maar niet enkel van het lichaam. Zowel een menselijk model, als een regenbui, een foto, geluid op Mars (trilling in lucht) worden niet ontleed maar vanbinnen uitgelicht, blootgelegd zonder ze open te werken. Waarom zouden de lezers van Geestdrift deze bundel moeten inzien?

In mijn bundel houd ik inderdaad een lichaam tegen het licht. Ik probeer er als het ware doorheen te kijken. Wat zie je dan? Een stel botten die van jou zijn, maar waarin je jezelf niet per se herkent. Dat wat we ten diepste zijn – of dat wat in de diepte in ons besloten ligt – herkennen we niet altijd als onszelf. In abstracte zin lichten juist de geest of de ratio op, als je het lichaam wegdenkt. Zowel lichamelijkheid als het abstracte denken zijn onderwerp van mijn gedichten. Het lichaam dat volgens de flaptekst tegen het licht wordt gehouden, hoef je wat mij betreft ook niet enkel en alleen als het menselijk lichaam op te vatten. In grote lijnen is het gewoon de scheiding en de verhouding tussen buitenkant en binnenkant die ik heel interessant vind.

Na de bachelor Frans heb je gekozen voor de master Vertalen aan de Universiteit Utrecht. Je hebt vervolgens vrij veel poëzie vertaald, naar ik begrijp uit het Frans en Engels in het Nederlands. Kun je iets vertellen over je vertaalwerk? Waarom niet alleen gedichten schrijven, maar ook werk van anderen vertalen?

Poëzie vertalen heeft iets eigenaardigs. Het is heel mooi om te doen maar soms ook welhaast onmogelijk. Hoe dan ook is het altijd herscheppend: als je een gedicht vertaalt, schrijf je in zekere zin een nieuw gedicht. Dat geldt natuurlijk ook voor literair proza en non-fictie: ook dan is vertalen herscheppen, maar bij poëzie is de puzzel soms nog net iets complexer. Al met al ben ik gewoon een enorme poëzieliefhebber: ik lees, schrijf en vertaal graag gedichten. Het genre en de vorm liggen me kennelijk.
Overigens vertaalde ik tot nu toe alleen gedichten voor literaire tijdschriften. Momenteel werk ik aan de vertaling van een jeugdboek.

De Nacht is niet het enige evenement in Utrecht dat zich inzet voor de zichtbaarheid van poëzie en/of literatuur: er is in de stad een groot aanbod aan boekhandels en evenementen. Wat zijn jouw favoriete literaire locaties/activiteiten in Utrecht?

De Nacht wordt georganiseerd door Het Literatuurhuis, dat daarnaast nog veel meer interessante literaire activiteiten organiseert, zoals o.a. het International Literature Festival Utrecht (ILFU). Mijn bundel mocht ik presenteren bij Savannah Bay, een heel mooie boekhandel met een fijne sfeer, maar ook bij de Literaire Boekhandel op de Lijnmarkt en bij Boekhandel Bijleveld kom ik graag. Books4Life is een mooie tweedehandsboekwinkel waar de opbrengst naar het goede doel gaat. Daarnaast is er natuurlijk de bieb, het is altijd fijn je door zoveel boeken omringd te weten. Oh en vergeet de filmhuizen niet: daar draaien vaak mooie films, al dan niet boekverfilmingen, waar ik ook erg van houd.

Naast dat de lezers van Geestdrift je bundel lezen, zou het ook heel leuk zijn als ze naar je komen luisteren tijdens de Nacht. Hoe belangrijk is de voordracht, bij poëzie, en wat voor verschil maakt de voordracht ten overstaande van geschreven werk?

Van oorsprong werd poëzie vaak overgedragen via voordrachten. Ook tegenwoordig vinden er regelmatig poëzievoordrachten plaats omdat een voordracht je in staat stelt om poëzie te ervaren, te ondergaan. Luisteren naar poëzie is iets heel anders en voor sommige mensen, ook voor de minder geoefende lezers, vaak zelfs makkelijker. Door de intonatie en de beklemtoning van de dichter wordt je begrip soms al in een bepaalde richting gestuurd. Overigens zijn er ook heel humoristische, uitbundige gedichten en dito dichters die hun poëzie zeer levendig ten gehore brengen. Voor iedereen die er nog nooit is geweest: het is echt de moeite waard om eens te gaan.

Dit is de eerste keer dat je op het podium staat tijdens de Nacht, maar je bent er vast al eens eerder als bezoeker geweest. Wat is er bijzonder aan de Nacht van de Poëzie? Heb je een favoriete herinnering aan een van de voorgaande avonden?

Ik heb de Nacht inderdaad meermaals bezocht. Het is elk jaar opnieuw bijzonder: al die voordrachten, afgewisseld met entr’actes, tot diep in de nacht, waardoor je als luisteraar langzaam je heldere verstand van overdag verliest en soms al associërend een beetje wegdroomt bij alles wat je hoort… Ik herinner me voordrachten van Judith Herzberg, Hans Dorrestijn, Jules Deelder en Lévi Weemoedt. Lieke Marsman als afsluiter van een Nacht in de Stadsschouwburg, de ingenieuze liedjes van presentator Jeroen van Merwijk, de voordracht van Toon Tellegen tijdens de Nacht die in de Rode Doos plaatsvond en de grote, witte, haast sacrale ruimte van de Nacht in de Jaarbeurs, omgedoopt tot Totaal Witte Kamer, naar de dichtbundel van Kouwenaar. Inmiddels is de Nacht weer terug thuis in Vredenburg. Heel indrukwekkend, maar ook heel verdrietig, vond ik het eerbetoon aan Joost Zwagerman en de vooraf opgenomen ‘laatste voordracht’ van Rogi Wieg, twee jaar geleden.

Als laatste een vraag over de aankomende Nacht. Wie mogen we, naast jou, niet missen?

Zelf zou ik het liefst helemaal niemand willen missen, maar dat is bijna onmogelijk. Tussen 20.00 uur en 03.00 uur wil je af en toe toch iets drinken, even langs de kraampjes met dichtbundels en tijdschriften struinen of moet er een sanitaire stop worden gemaakt. Wie je dan misloopt weet je niet, want hoewel de namen van de dichters bekend zijn, is de volgorde geheim. Alleen wie de Nacht opent en wie de Nacht afsluit is bekend. Dit jaar moet iedereen echt komen luisteren naar Jonathan Griffioen die de Nacht als geen ander zal inluiden. Als je het tot het einde volhoudt, sluit ik hem met liefde voor je af. In de tussentijd heeft íedereen veel moois te brengen, maar duim ik fanatiek dat ik door toiletbezoek van de zenuwen niet net de voordrachten van Antjie Krog, Neeltje Maria Min, Frank Koenegracht, Bart Moeyaert of Jaap Robben misloop