In het vak bij de beruchte Panathinaikos-supporters

 

Zo rond de zestigste minuut van de wedstrijd Panathinaikos – Levadiakos begonnen de fanatieke supporters van de thuisploeg zich te roeren. Ze waren tot dan ook niet bepaald stil geweest, maar nu werden er liedjes ingezet die te maken hadden met het beroep van de moeder van de keeper van de tegenstander. Denken we.

Door Edwin van Druten

Het was een gezapige pot voetbal, maar evenzo gezapig waren de beruchte ultras van het harde kern-vak. Het vak waar een paar duizend man in kunnen, was maar voor eenderde gevuld. En ze zongen wel, maar niet zo hard en massaal als de vooraf bekeken YouTube-filmpjes mij hadden doen vermoeden.

We hadden een rij- en stoelnummer op onze kaarten staan, maar zoals de kaartverkoper al zei: niemand zit waar hij hoort te zitten. Sterker nog: iedereen stáát bij Gate 13. Doorgesnoven zingen de supporters van volksclub Panathinaikos negentig minuten lang hun team toe. Het werkte voor geen zier. De spelers hadden er totaal geen zin in, en werkelijk waar geen enkele voetballer trok een sprint, niet voor volk, noch voor vaderland. Het was, kortom, een zaadpot. En dat in een land waar het voetbal wordt gedomineerd door passie. Maar helaas, zo ontdekten wij, komt die passie niet vanuit de spelers, maar vanuit de supporters. 

Doorgesnoven zingen de supporters van volksclub Panathinaikos negentig minuten lang hun team toe.

Dat laatste hadden we ook wel zien aankomen. De Grieken kunnen er wat van. Berucht en beroemd zijn de zogeheten harde kernen van de supportersverenigingen. Die passie slaat vaak door in spreekkoren en vechtpartijen. Die zijn zo gewelddadig, dat de Griekse competitie meerdere keren per jaar een aantal weken wordt opgeschort. Voor een gesprek met de ultras van Panathinaikos verwees de fanshop-medewerker mij door naar het hoofdkwartier van Gate 13. “Vijf minuten lopen van het stadion’’, zei hij, “Je ziet het vanzelf’’. Niets aan gelogen. Een gigantisch pand, volledig in de groene kleur van de club geschilderd, met luiken en stalen deuren ter bescherming tegen eventuele molotovcocktails. Er was helaas geen levende ziel te zien.

Bij de wedstrijd, die de volgende dag gespeeld werd, wél, maar niet in groten getale. Ik schoot wat foto’s, genoot van de sfeer, maar tegelijkertijd drong de treurigheid van dit soort evenementen tot me door. Sport, en met name het wedstrijdbezoek, hoort vreugde en plezier in je omhoog te brengen. Deze mannen, want dat waren het uitsluitend, stonden hier als soldaten, gevormd in linies. Het was moeilijk te zeggen of ze aan het genieten waren van de wedstrijd, want er was geen bal aan.

Aan het einde van de wedstrijd ontbrandde de boel plotseling. De brilstand waar het bij bleef leverde al de nodige onvrede op. Tot overmaat van ramp liepen de spelers van Panathinaikos direct naar de kleedkamer in plaats van de fans te erkennen. Doodeenvoudig is dat, maar het gebeurde niet. Om ons heen werden de supporters gek. Er werd geschreeuwd, mensen wilden het veld op, en mij werd verteld dat ik geen foto’s meer mocht maken. Gate 13 was gesloten.