Het bericht dat de financiering en dus het fysieke bestaan van Geestdrift binnenkort stopgezet wordt, was schrikken en deed pijn. Ons werd echter verteld dat er weinig te treuren viel, we konden toch immers het tijdschrift ‘gewoon’ digitaal voorzetten? ‘Geen denken aan,’ was de eerste reactie van de redactie.  Een digitale doorstart was in onze ogen slechts een waardeloze pleister voor het bloeden. Toch rees de vraag: hoe legitiem is de afkeer van een overgang van papier naar digitaal eigenlijk? Is digitaal niet immers sneller, goedkoper, groener en innovatiever? Zijn we daarom slechts emotioneel verknocht aan bedrukt papier en word het tijd om dit sentiment te laten varen en op de digitaliseringsgolf mee te liften? Om antwoord op deze vragen te vinden sprak Geestdrift onder meer met Jan-Willem Sanders, uitgever van het volledig digitale journalistieke platform ‘Follow the Money’.

Door: Elvi Kleyn

Goodbye Gutenberg
Omstreeks 1441 werd in Europa de boekdrukkunst door Johannes Gutenberg,
Person of the 15th Century volgens Time Magazine, heruitgevonden (de Chinezen waren ons voor). De gevolgen van dit kunstje hadden een grote impact op de ontwikkeling van de mensheid. Doordat een drukpers aanzienlijk sneller en goedkoper was dan het nijverste paar monnikenhanden, werden boeken in een veel grotere oplage en onder een bredere groep mensen verspreid. Hierdoor nam het aantal alfabeten toe, begon de bevoorrechte positie van de kerken te wankelen en werd kritisch denken meer een gemeengoed. Men veranderde, met een boek in de hand, zijn blik op de wereld. Zowel de renaissance als de reformatie hebben hun ontstaan aan de boekdrukkunst te danken.

Voor het grootste gedeelte van de twintigste eeuw was de papieren krant de grootste en voornaamste nieuwsbron, naast de radio en de televisie. Maar met de geboorte en opkomst van het internet in de jaren negentig werd de positie van de gedrukte krant aan het wankelen gebracht. Deze new kid on the block bleek een snelgroeiend en hardnekkig blijvertje. In 2010 was het internet al het voornaamste nieuwsmedium, in plaats van de krant. Sommige experts zijn ervan overtuigd dat het digitale rijk het gedrukte werk over tien tot twintig jaar zo goed als vervangen zal hebben.

Socrates zei ooit dat de daad van het opschrijven funest voor ons geheugen zou zijn.  Zijn waarschuwing is weliswaar in de wind geslagen, de vraag naar het effect van nieuwe media op ons geheugen is altijd relevant gebleven. Uit onderzoek blijkt dat men bij het lezen van digitale content meer scannend leest en sneller afgeleid is dan bij papier, waarbij men de content grondiger en dus langzamer consumeert. Veel proefpersonen geven daarbij aan bij lezen van papier het verhaal beter te kunnen volgen. Dit heeft onder andere te maken met de fysieke kenmerken van een pagina, die het herinneren van de tekst vergemakkelijkt.

Digitale content wordt minder goed onthouden

Een van de gevolgen van de vluchtige consumptie van digitale content is dus dat men het aanzienlijk minder goed onthoudt. Journalistiek heeft van oudsher de rol van hoeder van de democratie door het informeren van de burgerij. De relevante vraag is nu: wanneer is deze rol vervuld? Is dat wanneer men geïnformeerd wordt, of wanneer men geïnformeerd blijft? Als een nieuwsbericht al snel weer uit het geheugen van de lezer glipt, heeft het dan meer bereikt dan een kortstondige bevrediging van het verlangen naar informatieconsumptie?

De populairste bel van het afgelopen halfjaar, de filterbubbel, speelt ook een rol in dit debat. Het gevaar van deze bel, dat men alleen nog maar leest wat de eigen opvattingen en interesses bevestigt, ligt veel minder op loer bij een gedrukte krant. De gedrukte krant duidt namelijk door de plaatsing en prominentie van artikelen wat het belang is van een bepaald artikel. Op deze manier stuurt de gedrukte krant, tot op zekere hoogte, wat meer en wat minder gelezen wordt. Niet voor niks staat het nieuwsbericht over een terroristische aanslag op de voorpagina en bevinden wijnrecensies zich ergens achterin. Online journalistiek is minder sturend wat dit betreft. Als je even geen zin hebt in een artikel over Erdogan, klik je daar lekker niet op en lees je in plaats daarvan drie artikelen over stadsstranden.

Voordelig aan digitale journalistiek is de letterlijke voordeligheid: er worden zowel bomen als centen bespaard. De kosten voor de maak van een papieren krant zijn voor het overgrote deel niet journalistiek van aard: drukpersen, inkt, papier en distributie zijn de grootste kostenposten. De papieren krant is daarbij milieubelastend door het land, transport en watergebruik van papier productiebossen. Daar staat echter wel tegenover dat papier een hernieuwbare grondstof met een vrij lage klimaatbelasting is (papier kan vijf tot zeven keer gerecycled worden) en dat het lezen van de krant op je tablet ook niet zonder milieubelasting is. Zo moeten er voor de productie van elektronica zeldzame chemicaliën en mineralen gewonnen worden in landen waar milieuwetgeving er eigenlijk niet toe doet. En het stroomverbruik om al die dataservers draaiende te houden is ook niet voor de poes.

 

Credits: Donna Ras

De digitale pionier aan het woord
Jan-Willem Sanders, uitgever van Follow the Money, ziet de overgang binnen de journalistiek naar het digitale niet als iets negatiefs, maar juist een mogelijkheid. Oorspronkelijk werkte Jan-Willem bij nu.nl, vervolgens bij Het Financieele Dagblad. Toen hij in 2010 bij FD geld begon te vragen voor digitale journalistiek, werd hij nog voor gek verklaard door zijn toenmalige collega’s. Inmiddels doet bijna elke grote krant of online journalistiek platform dit.

FTM is sinds de oprichting volledig digitaal. De redenen hiervoor zijn simpel, legt Jan-Willem uit. “Ten eerste: drukken is duur. Ten tweede: een deel van de onafhankelijkheid van FTM wordt gewaarborgd door het feit dat ze geen adverteerders hebben. Dit heeft als gevolg dat wij ook onaardige dingen zeggen over Triodos, Shell of Tesla-rijders. Bij een papieren versie heb je toch wel snel adverteerders nodig en raak je dus een stuk van die onafhankelijkheid kwijt,” aldus Jan-Willem.

Toch erkent deze digitale pionier de moeilijkheden die online journalistiek met zich meebrengt. Zo is de periodiciteit een struikelpunt is bij digitale journalistiek: “Hoe kom je in het ritme van je lezer met een digitaal blad? Een krant ploft ‘s ochtends op de mat en het achtuurjournaal die is…  ja, om acht uur. Hierdoor zit je in het ritme, ben je onderdeel van de dag van je lezer. Bij digitale journalistiek is dat veel minder.”

“Hoe kom je in het ritme van je lezer met een digitaal blad? Een krant ploft ‘s ochtends op de mat”

“Als je niet het laatste nieuws brengt, of in het dagelijks ritme van je lezer verworven zit, dan moet je gaan kijken hoe je je lezer op een andere manier kunt bereiken. Je moet dan opnieuw de vraag gaan stellen: wat bied ik mijn lezer? Ons antwoord op deze vraag bij FTM is tweeledig. Ten eerste super goede kwaliteit en ten tweede hele diepe betrokkenheid. Bij ons kan de lezer meedenken voordat er geschreven wordt, of later een bijdrage doen. Die zijn voor ons vaak heel waardevol. Waar de traditionele journalistiek een band opbouwt middels periodiciteit, doen wij dat middels intimiteit en kwaliteit.”

Ondanks dat de positieve kijk van Jan-Willem aanstekelijk werkt, luidt mijn conclusie toch dat het gebrek aan enthousiasme voor een digitale doorstart best legitiem is. Jan-Willem begrijpt dit in het geval van Geestdrift wel, de digitale mogelijkheden waarover hij sprak zijn moeilijk uitvoerbaar binnen een blad dat vrijwillig gerund wordt door een kleine groep studenten, waarbij de periodiciteit en het feit dat je het magazine onderweg naar college mee kan grissen zeer bepalend zijn voor het lezersaantal.

Daarbij klinkt het inruilen van het tastbare journalistieke product voor haperende geheugens en vierkante ogen als een slechte deal. Tijd voor verdriet is er niet: papier is in het geval van Geestdrift zeer binnenkort passé. Dus laten we hopen dat Geestdrift mee kan dobberen op de digitaliseringsgolf en niet tezamen met het papier tot  verleden tijd verwordt. Maar voordat het zover is: koester voor een van de laatste keren deze papieren Geestdrift, die vers van de drukker in je handen ligt.