De debuutroman van Lieke Marsman Het tegenovergestelde van een mens is het boek dat je deze zomer niet mag missen. Met dit meeslepende en intrigerende debuut maakt de dichteres, wiens bundel Wat ik mijzelf graag voorhoud bekroond werd met de C. Buddingh’-prijs, een groots entree in de wereld van de proza.  Marsmans vlotte, rake pen brengt fijnzinnige humor, essays, poëzie, grootse ideeën en het actuele thema klimaatverandering naadloos samen. De roman krijgt daarmee de vorm van een schitterende, bijna duizelingwekkende caleidoscoop – het is een boek om te herlezen waarbij elke keer dezelfde elementen een ander patroon vormen.

Door: Aster Hoving

In de eerste paragraaf van de roman worden we voorgesteld aan hoofdpersoon Ida, op dat moment nog een kind, die zich terwijl ze op bed ligt voorstelt dat ze een komkommer (het tegenovergestelde van een mens?) is. Ida stelt dat het moment waarop zij identiteit kreeg het moment was dat ze besefte niets anders te kunnen zijn dan zichzelf, en dat ze daarom zichzelf maar zo goed mogelijk moet zijn: “misschien dat een dergelijke vorm van navelstaarderij een vorm van narcisme is, maar evengoed zou het een uiting van bescheidenheid kunnen zijn. Je bent zelf immers het enige onderwerp waar je autoriteit over hebt”. Zo worden we geïntroduceerd in het centrale thema van de roman: is het zelfzuchtig om je met jezelf bezig te houden, in plaats met de grotere zaken die zich om je heen afspelen? Op hetzelfde moment doemen ook andere vragen op: hoe doe je dat eigenlijk, je met jezelf óf de grotere zaken bezighouden? Waar is de scheidslijn tussen ‘zelf’ en ‘de rest van de wereld’?

Er zal altijd een onoverbrugbaar verschil bestaan tussen “jou en dat mooie breekbare liefje dat op sommige ochtenden een klodder kwijl op je kussen achter laat”

Ida groeit op en wordt klimaatwetenschapper. Idas held is journaliste Naomi Klein, auteur van This Changes Everything. In dit boek beargumenteert Klein dat de klimaatcrisis een motivatie kan zijn voor alternatief voor de huidige neoliberale politieke koers. Daarnaast is apathie tegenover het probleem van klimaatverandering volgens Klein geen teken van onwil, maar van onmacht – we doen niks, omdat een mens per definitie alleen is, en wat kan een enkel mens doen aan een probleem dat zo groot is dat het de hele wereld betreft? De oplossing die Klein aandraagt is praktisch en politiek: een collectieve ruimte waarin mensen zich verenigd sterker kunnen voelen.

In Het tegenovergestelde van een mens wordt, echter, het idee van collectiviteit bevraagd. Marsman laat ons zien dat een mens eenzaam kan zijn. Ida en haar geliefde, Robin, dienen ter illustratie. Ida bedenkt dat de worstelingen die zij met haar partner doormaakt het gevolg zijn van het feit dat er, ook al zouden de twee geliefden deze nog zo graag overbruggen, altijd een afstand zal zijn tussen twee mensen. Er zal altijd een onoverbrugbaar verschil bestaan tussen “jou en dat mooie breekbare liefje dat op sommige ochtenden een klodder kwijl op je kussen achter laat”. Niet alleen een enkel mens, ook de mensheid als geheel is misschien alleen in deze existentiële eenzaamheid – er is immers geen andere mensheid om tegen af te zetten. Er is geen tegenovergestelde mensheid.

“Zonder gat geen verlangen, et cetera”, maar deze gedachte is de stralende spil van het boek

Dat onoverbrugbare verschil is onderdeel van het abstracte, onoverbrugbare verschil tussen taal en de werkelijkheid. Ida gebruikt een gat als metafoor voor de liefde, en denkt dat de invloed van dit gat “versterkt wordt door het gat van de taal, doordat het gat van de liefde bestaat uit het gat van de taal”. Nu denk je misschien dat dit een pessimistisch boek is waarin elke pragmatische oplossing voor een probleem als klimaatverandering verzand in een oneindige academische discussie over taal en de werkelijkheid. Laat mij je ervan overtuigen dat dit niet het geval is.

Ida noemt het tussen neus en lippen door: “zonder gat geen verlangen, et cetera”, maar deze gedachte is de stralende spil van het boek. De gaten van de liefde, taal, maar ook van politieke en collectieve actie met betrekking tot klimaatverandering komen dan wel voort uit gebrekkigheid, maar ze zorgen er wel voor dat we “langer dan een uur of wat van iemand kunnen houden”. Het gat houdt ons niet tegen van iemand te gaan houden, integendeel – we doen het toch, elke keer weer, tegen beter weten in, terwijl het ultieme einddoel (samensmelten van taal en werkelijkheid, precies dat kunnen communiceren wat je bedoelt, een persoon vormen met je geliefde) altijd net buiten bereik ligt. Bovendien, juist doordat het onhaalbaar is, komt er, in onze herhaalde pogingen, ‘iets’ tot stand.

Lieke Marsman – fotograaf Lenny Oosterwijk

Het gat tussen het individu en het collectief zorgt er voor dat verbintenis, op zowel persoonlijke als politieke schaal, geen statisch gegeven is, maar dat er continu aan gewerkt moet blijven worden – en in dit proces komt er, dan toch, ‘iets’ tot stand: “zo wordt in liefde keer op keer het gat gedicht dat het zelf creëert om voort te kunnen blijven bestaan”. In zijn (laaiend enthousiaste) recensie in de Groene Amsterdammer stelt Joost de Vries dat Marsman persoonlijke en politieke vraagstukken naast elkaar laat ontstaan, maar ik denk dat ze meer doet dan dat. Marsman stelt ons een vraag: als we het in de liefde, bij de gratie van of ondanks het ‘tegen beter weten in’, toch telkens opnieuw blijven proberen – waarom doen we dat dan niet bij het redden van de wereld?

Marsman heeft met haar debuut niet alleen een prachtige roman geschreven die verbazingwekkend genoeg, ondanks zijn veelheid aan literaire vormen, als een geheel leest. Het tegenovergestelde van een mens is namelijk niet alleen boeiend en aangrijpend. De roman geeft ons, boven alles, hoop – hoop die we goed kunnen gebruiken bij het verrichten van de grootse daden waar dit boek tot aanspoort.