Een spook waart door Europa – het spook van populisme. Buiten Europa, in de Verenigde Staten, kreeg dit spook al de fysieke gedaante van Donald Trump. Duidelijk zichtbaar voor de hele wereld en onmogelijk te negeren. In de strijd tussen Hillary Clinton en Donald Trump, een twist tussen de heersende politieke klasse en iemand die het politieke systeem verwerpt, had de elite het nakijken. De VS heeft hierin een duidelijke keuze gemaakt, maar Europa nog niet. Hier wacht de heersende politieke elite met samengeknepen billetjes vanuit hun studeerkamers op hun leren fauteuils af wat de enge, ongrijpbare, boze burger gaat doen tijdens de aanstormende verkiezingen.

Door Amber Striekwold

Vol ongeloof werd er gereageerd op de overwinning van Trump. Hoe is het mogelijk dat zoveel mensen hun stem weggeven aan iemand die regelmatig de rechtsstaat aanvalt en niet vies is van seksime en racisme? Het regende antwoorden en verklaringen. Samenvattend is het een combinatie van verschillende factoren. Er is een groeiende cultuurkloof tussen hoger en lager opgeleiden, wat leidt tot wantrouwen tegenover de politieke elite die zich steeds meer vervreemd van de ‘proletariër’ in een periode waarin het economisch minder gaat. Maak dit af met een sausje van politieke correctheid, wat van bovenaf is opgelegd, waardoor de boze burger monddood wordt gemaakt en niet meer serieus genomen wordt. Angsten en frustraties kroppen zich op en vormen een explosief mengsel dat in Amerika tijdens de recente verkiezingen veel burgers deed ontploffen. Wat mij voornamelijk verbaasde was dat voor veel mensen deze ontwikkelingen en mentaliteiten onder de bevolking schijnbaar uit de lucht kwamen vallen. Of misschien wisten ze het al, maar worden ze nu pas serieus genomen.

trumpie

Nu de storm van verklaringen is gaan liggen is het tijd om te beginnen aan de wederopbouw: hoe nu verder? De democratie verkeert al een tijdje in zwaar weer. De massa voelt zich in de steek gelaten door de politieke elite en is vervreemd van haar eigen regering. De representatieve democratie, wat de afgelopen twee eeuwen de norm was, barst uit haar voegen. Het systeem is niet langer houdbaar. Referenda en verkiezingen zijn twee archaïsche instrumenten van publieke besluitvorming. Ons democratisch systeem is toe aan een update voordat het crasht. Ons huidige systeem is een allegaartje. Het combineert een achttiende-eeuwse stemprocedure met het negentiende-eeuwse idee van het algemeen stemrecht. Voeg daar de twintigste-eeuwse uitvinding van de massamedia aan toe en als olie op het vuur de typerend eenentwintigste-eeuwse sociale media, et voilà: een cocktail die het politieke systeem verlamd en ruimte maakt voor een autocratisch leider die de gevoelens van het apathische volk verwoord en een oplossing geeft voor al hun angsten en problemen. Uit het verkiezen van de ogenschijnlijk autocratische leider Trump blijkt dat verkiezingen niet automatisch een cultuur van democratische waarden garanderen.

Dat de ‘illiberale democratie’ in het, met verlichtingswaarden doorspekte, westen ook mogelijk is, is voor velen schokkend. De term illiberale democratie werd voor het eerst uiteengezet in 1997 door Fareed Zakaria in het essay ‘The rise of illiberal democracy’ in Foreign Affairs. Hierin sprak Zakaria zijn zorg uit over de mondiale democratiseringsgolf aan het einde van de vorige eeuw. Hij constateerde dat in niet-westerse landen democratie niet hand in hand ging met liberale waarden als politieke en economische vrijheid. Sterker nog, het gaf autocratische leiders als Boris Jeltsin de mogelijkheid legitiem gekozen te worden om vervolgens via een presidentieel decreet het parlement te omzeilen. Historisch en theoretisch gezien staan verlichtingswaarden als vrijheid van meningsuiting, religie en eigendom los van de democratie, aldus Zakaria. Vreemd genoeg wordt tot op de dag van vandaag de illiberale democratie nog voornamelijk als een niet-westers fenomeen beschouwd. Dit is echter niet langer houdbaar.

Als onze democratie autocratie niet meer uitsluit en onze verlichtingswaarden niet meer garandeert, wat moet er dan veranderen? Naar mijn mening luidt de kernvraag: ‘willen we meer of minder burgerinspraak’? Zakaria was een voorstander van minder burgerinspraak. Internationale organisaties, ambtenaren en denktanks moeten het land beschermen tegen ‘over-democratisering’. Zij moeten als het ware een buffer vormen tegen de onbeschaafden, de Henks en Ingrids, die uit hun onwetendheid het land de afgrond in kunnen helpen. Dit is geheel in lijn met de overtuiging van de huidige voorzitter van het Europees Parlement Martin Schulz, die recent nog opriep tot een Aufstand der Anständigen. Het is dan misschien niet heel toevallig dat de Europese Unie de expertocratie die Zakaria voor ogen had bewust of onbewust ten uitvoer heeft gebracht. De EU maakt immers beleid zonder direct verantwoording af te leggen aan een electoraat en de Europese burger heeft geen tot weinig inspraak in het reilen en zeilen in Brussel. De heersende en groeiende afkeer onder de burger tegen Europa en het succes van de populisten (met veelal een anti-Europees beleid) laat zien dat minder inspraak de vervreemding, wantrouwen en boosheid van de burger enkel vergroot. Ook in mijn omgeving hoor ik mensen pleiten voor minder burgerinspraak. Een veelgehoord voorstel is om kiezers een IQ-test te laten maken alvorens het stemmen. Laat ik hier alleen over zeggen dat ik het een wanstaltig elitair idee vind om mensen te behandelen als een tweederangsburger door ze het stemrecht te ontnemen

Persoonlijk pleit ik sinds ik drie jaar geleden het boek ‘Tegen verkiezingen’ las van David van Reybrouck voor meer burgerinspraak. Van Reybrouck diagnosticeert westerse samenlevingen met tegen-verkiezingenhet ‘democratisch vermoeidheidssyndroom’: “De symptomen zijn: referendumkoorts, terugvallend partijlidmaatschap, lagere verkiezingsopkomst, machteloze regeringen en politieke verlamming onder het scherp toeziende oog van de media, een wijdverbreid wantrouwen bij het publiek en het opstoten van populisme.” aldus van Reybrouck. Oorzaak: verkiezingen. Verkiezingen als instrument voor de democratie zijn al bijna twee eeuwen de standaard in westerse samenlevingen en men lijkt te zijn vergeten dat er ook andere vormen zijn die beter passen bij onze huidige samenleving. De achttiende-eeuwse samenleving is immers anders dan onze contemporaine samenleving. In de achttiende eeuw was de bevolking over het algemeen laagopgeleid, tegenwoordig leven we in een kennis- en communicatiemaatschappij. Maar nog steeds wordt het volk afgeschermd van besluitvorming. Persoonlijk wil ik, in navolging van van Reybrouck, een lans breken voor de deliberatieve democratie. Bij een deliberatieve democratie wordt een door middel van een  steekproef een dwarsdoorsnede van de samenleving gemaakt. Deze groep burgers gaan vervolgens een rol spelen in de politieke besluitvorming nadat zij goed geïnformeerd zijn over het probleem in kwestie. Dus de burger hoeft haar stem niet helemaal weg te geven aan een politicus die er vervolgens, hypothetisch gezien, mee kan doen wat wettelijk mogelijk is.

Het idee van een deliberatieve democratie is niet nieuw, sterker nog het was een van de oudste vormen van democratie. In Athene werden bijna 98% van de politieke functies geloot en ook tijdens de Renaissance was dit systeem in veel Noord-Italiaanse stadstaten de politieke bestuursvorm van keuze. Het is gebaseerd op drie principes: allereerst krijg je door middel van steekproeven een regering die meer representatief is voor de samenleving, het tweede principe is dat deze mensen met informatie en tijd een rationele oplossing kunnen bedenken voor kwesties en ten derde hoe vaker je dit doet, hoe meer mensen erbij betrokken raken. Het gebruik van lotingen sluit verkiezingen niet uit, deze twee kunnen naast elkaar bestaan. Om het heel kort concreet toe te passen op het Nederlandse politieke systeem zou dit betekenen dat er naast de Eerste kamer met indirect verkozen burgers en de Tweede kamer met direct verkozen burgers een Derde kamer zou bestaan met gelote burgers die zonder het gewicht van de volgende verkiezingen op hun schouders beter kunnen oordelen over gevoelige, doch belangrijke onderwerpen. Op deze manier kan er meer over de lange termijn nagedacht worden en kunnen weloverwogen keuzes gemaakt worden. Hoe ver de macht van deze derde kamer reikt staat niet vast: heeft het louter een adviserende functies of mag het ook wetsvoorstellen maken et cetera. In Ierland wordt er al sinds 2013 met de deliberatieve democratie geëxperimenteerd, toen werden 100 Ierse burgers geloot om aanbevelingen te doen over onderwerpen die te delicaat waren voor de partijpolitiek als bijvoorbeeld het homohuwelijk en de stemgerechtigde leeftijd.* Misschien is het leuk om te vermelden dat in Ierland nog geen populistisch politiek figuur als Wilders of Trump de kop op heeft gestoken die een gelijksoortige populariteit geniet.

We leven in spannende en interessante tijden. De kloof tussen de elite en de gewone burger wordt steeds groter en ik denk dat deze kloof alleen overbrugd kan worden door meer burgerinspraak. De boze burger is niet eng. Hij is een cadeau, weliswaar verpakt in prikkeldraad. Boosheid toont engagement en passie, onverschilligheid zou kwalijker zijn. Charles de Montesquieu, geestesvader van de trias politica onze moderne staatsinrichting, zei het al: ‘loten is een manier van kiezen die niemand kwetst en waarbij iedere burger enige hoop kan koesteren zijn vaderland te mogen dienen.’ Democratie is nog steeds de beste staatsvorm, maar niet op de manier waarop het nu is georganiseerd. ‘Verkiezingen zijn voor een aristocratie, lotingen voor een democratie’, om Aristoteles te parafraseren. Ik hoop dat de liberale democratische waarden niet met de democratie verloren zullen gaan en dat we ons politieke systeem van binnenuit kunnen veranderen. We zullen moeten kiezen: willen we meer of minder democratie.
*Voor de geïnteresseerden op https://www.constitution.ie/Meetings.aspx vind je gedetailleerde informatie over de bijeenkomsten, de gelote burgers et cetera.