Het studentenleven en drugs gaan hand in hand, zoveel lijkt met zekerheid te stellen. Zowel in de bibliotheek als aan de bar gaan jongeren  steeds vaker over op stimulerende middelen. Terwijl bedrijven als Braincaps opvallend open kaart spelen, is er schrikbarend weinig bekend over het gebruik van soft- en harddrugs onder Utrechtse studenten. Percentages? Die zijn er niet. We weten niet precies wat studenten gebruiken, we weten niet hoeveel ze gebruiken en we weten niet hoe vaak ze gebruiken. Zeggen – zoals Ronnie Flex en Lil’ Kleine stelden in de songteksten van hun hit ‘Drank & Drugs’ – alle tieners inderdaad ja tegen MDMA? En zeggen alle twintigers dan nee? Bevinden zich Breaking Bad-achtige laboratoria in de donkere kelders aan de Drift? Geestdrift ging op onderzoek uit.

Door: Dirk Baart

Al snel wordt duidelijk dat het lastig is om algemene antwoorden op die vragen te formuleren. Cijfers zijn zelden beschikbaar en het gevaar van generalisaties ligt altijd op de loer. “Er is geen landelijke monitor die het gebruik onder studenten in het hoger onderwijs bijhoudt,” vertelt drs. Martha de Jonge. Ze is als wetenschappelijk medewerker van het Trimbos-instituut, dat onderzoek doet naar geestelijke gezondheid, mentale veerkracht en verslaving, gespecialiseerd in riskant gedrag onder jongeren. Regionale onderzoeken naar drugsgebruik onder studenten bestaan, maar die worden volgens De Jonge vooral uitgevoerd door de GGD, universiteiten en hbo-opleidingen zelf. Iedere studie wordt anders opgezet, dus de resultaten zijn zelden met elkaar te vergelijken. “Wel kan ik zeggen dat er de afgelopen jaren geen schrikbarende stijging is geweest in het drugsgebruik van studenten”, zegt De Jonge. “Ik verwacht dat studenten meedoen met de landelijke trend. Daarin zien we bijvoorbeeld een lichte stijging in het gebruik van xtc.” Het meest populaire middel onder studenten is en blijft alcohol, maar na alcohol en cannabis is xtc de meest gebruikte drug onder jongeren. 3,4% van alle jongeren tussen de 15 en 34 jaar heeft in het afgelopen jaar xtc gebruikt.

“Sommige huisgenoten blowden de hele dag door”

Dat onderschrijft een student wiens naam bij de redactie bekend is. Hij woonde een tijdlang in een studentenhuis op het complex van de Stichting Studenten Huisvesting (SSH) aan de Ina Boudier-Bakkerlaan waarin drugsgebruik aan de orde van de dag was en is. Twee mensen kenden dealers en regelden drugs voor hun huisgenoten. “Sommige huisgenoten blowden de hele dag door”, vertelt hij. “Wat harddrugs betreft werden xtc en speed veruit het meest gebruikt.” Ook cocaïne werd vrij veel gebruikt, maar omdat het erg duur is kunnen de meeste studenten dat niet betalen. Zo’n twee keer per jaar gebruikte de groep hallucinogenen, zoals paddo’s of truffels. Hoe vaak de studenten drugs gebruikten, verschilde nogal per persoon. “Er waren studenten die tijden hebben gekend waarin ze schrikbare hoeveelheden drugs gebruikten”, bekent de student die we spreken. Maar snel voegt hij toe: “Bij de meesten was het echter heel sporadisch. Zij gebruikten eens in de paar maanden.” De student die Geestdrift sprak deed zelf nooit mee met het blowen, maar gebruikte vaak drugs op feestjes en afterparty’s van festivals. Toen de student net in het huis was komen wonen, werden die bijna wekelijks gehouden. “Daarbij werd eigenlijk altijd wel in meer of mindere mate drugs gebruikt.”

“Er heerste een sfeer waarin alles mocht en niets moest”

Die feestjes en festivals vormden in veel gevallen de directe aanleiding tot drugsgebruik, dat dan ook sterk toenam in de zomermaanden. “Het gebruik van harddrugs was uitsluitend een sociale aangelegenheid.” Studiestress speelde volgens de student in kwestie dan ook geen rol bij zowel zijn eigen drugsgebruik als dat van zijn huisgenoten. “Ik denk dat het simpelweg te maken had met de effecten van bijvoorbeeld xtc”, vertelt hij. “Wanneer je op een feestje staat met xtc op, is dat een compleet andere ervaring dan wanneer je bijvoorbeeld een biertje zou drinken. Alles is veel intenser; de muziek, de mensen, de lichten. Het drugsgebruik in ons huis draaide om de beleving, niet om ontsnapping.” Martha de Jonge sluit zich daarbij aan: “Recreatief gebruik heeft nog altijd de overhand. Wel kan ik me voorstellen dat prestatiedruk bij sommige studenten kan leiden tot gebruik van middelen die je helpen je te concentreren of langer door te werken.”

Kortom, de redenen om drugs te gebruiken veranderen voor studenten niet. De manieren waarop ze doorgaans drugs gebruiken doen dat daarentegen wel. “We zien dat steeds meer gebruikers, vooral hoger opgeleiden, hun drugsgebruik zorgvuldig plannen”, vertelt Martha de Jonge. “Zij zetten er hun horloge op gelijk. Ze bekijk van tevoren wanneer ze een pil nemen of bijslikken om te voorkomen dat ze te vaak of te veel op een avond gebruiken.” Een goede zaak, zo vindt De Jonge, want het toont aan dat studenten in mindere mate spontaan met drugs omgaan en zich bewust zijn van de gevaren van drugsgebruik. “Het is voor hen een noodzaak om bewust met drugs om te gaan en ook om deze te laten testen, want er zijn steeds meer pillen met hoge dosering in omloop.” De student die we spraken past in het plaatje. “Ik ga over een maand naar een festival. Daar ga ik hoogstwaarschijnlijk xtc gebruiken.” Hij snapt dat zo’n plannend perspectief op drugs het gebruik daarvan normaliseert. “Tot op zekere hoogte vonden mijn huisgenoten en ik drugsgebruik normaal”, vertelt hij. “Wanneer iemand xtc had genomen op een feestje werd dit totaal niet als iets raars gezien.”

“Er waren studenten die schrikbarende hoeveelheden drugs gebruikten”

Toch voelde de student zich ten alle tijden veilig binnen het huis en binnen de cultuur die er heerste wat soft- en harddrugs betreft. “Er was sociale controle op hoeveelheden en het mixen van drugs”, vertelt hij. “Wanneer iemand zijn grenzen niet kende, werd dit niet normaal gevonden en werd dat diegene niet in dank afgenomen.” Sociale controle was er dus, sociale druk geenszins. “Er heerste een sfeer waarin alles mocht en niets moest”, zegt de voormalig IBB-bewoner. “Je hoefde geen drugs te gebruiken wanneer anderen dat deden. Daarom had ik geen problemen met het drugsgebruik: de keuze lag altijd bij jezelf.” De student woont nu niet meer in het huis, maar zijn vertrek had niets te maken met zijn huisgenoten, met wie hij nog goed contact heeft, of hun drugsgebruik. “Ik ben in een tijd in mijn leven terecht gekomen waarin ik wat serieuzer moet worden. Een druk studentenhuis past daar niet bij”, legt hij uit. “Bovendien stond ik al zo lang ingeschreven bij de SSH dat ik een grote kamer in een mooi stadspand heb kunnen bemachtigen. Daar kon ik geen nee tegen zeggen.” Drugs gebruikt de student zelden nog, maar spijt van zijn avonturen aan de Ina Boudier-Bakkerlaan heeft hij niet. “Ik vond mijn tijd daar fantastisch en heb er vrienden voor het leven gemaakt.”

Dit artikel is onderdeel van de longread, of tweeluik, ‘Work hard: Play Hard’