De kans is groot dat je het maar vervelend vindt wanneer iemand je aanspreekt op straat. Je zat net zo fijn in je eigen wereldje, tot een domme inwoner je de weg vroeg, of nog erger: een irritante toerist. Moet je ook nog eens van taal veranderen.

Door Anna Schouten

Afgelopen semester stond ik aan de andere kant van deze lijn tijdens mijn uitwisseling in Melbourne, Australië. Ik was de achterlijke bezoeker die het niet gewend was om in het Engels te praten, laat staan de juiste richting uit te lopen. Tegenover mij stonden de ingeburgerde Melbournians, die met haast en grote passen over straat liepen. Geen tijd voor mij.

Lang hield deze gedachte echter niet stand, want de openbare cultuur verschilt in Australië – of in ieder geval in Melbourne – nogal van die in Nederland. Na het eerste halfuur dat ik in mijn eentje rondliep in de vreemde stad, móest ik de weg wel vragen, aangezien ik mijn hostel anders nooit meer terug zou zien.

Anna voert een kangoeroe.
Anna voert een kangoeroe.

Terwijl ik mijn best deed om niet rood aan te lopen, sprak ik de eerste de beste persoon die ik tegenkwam aan. Ik verwachtte een kort, humeurig antwoord, maar heb uiteindelijk een kwartier met de desbetreffende persoon staan praten. Wat kwam ik doen in Australië? Durfde ik wel in mijn eentje aan de andere kant van de wereld te vertoeven? Welke studie volgde ik? Ze wilde het allemaal van me weten.

Een ander voorbeeld deed zich voor in de tram. Een Britse vriendin en ik hadden geen idee waar we uit moesten stappen. We overlegden hardop en vanuit mijn ooghoeken zag ik dat het meisje naast mij Google Maps opende op haar telefoon. Vervolgens legde ze geduldig uit waar we ons precies bevonden en waar de halte was, zonder dat we ook maar ergens om gevraagd hadden. Na mijn bedankje klonk vrolijk de favoriete uitspraak van menig Australiër: ‘No worries!’

Wellicht klinkt dit jou compleet vreemd in de oren; in Nederland heb ik zo’n situatie immers ook nooit meegemaakt. Een aantal weken en heel wat keren de weg vragen later wist ik echter niet beter. Ze zeggen dat Australiërs minder gehaast zijn dan Nederlanders, en dat uit zich ook in deze cultuur op straat. Men hoeft niet altijd te rennen en vliegen, maar heeft zo nu en dan tijd voor een lazypraatje.

Zoals veel mensen de zon in hun koffer mee willen nemen na een vakantie, hoop ik een beetje van deze cultuur mee naar huis te brengen. Vrienden van me die ook in Australië geweest zijn, delen dit idee.

Ik moet toegeven dat ik het soms lastig vind om plotseling mijn gedachtewereldje te verlaten en dat ik gemakkelijk terugval op de brommerige Nederlandse ‘methode’. Toch zouden we het allemaal eens moeten proberen; het kost een paar minuten van je tijd om iemand de weg te wijzen en daarnaast kan het zomaar eens je dag maken. Zeg nu eerlijk: met dat chagrijnige gedoe schiet toch niemand iets op? Smile and the world smiles back at you!

Bezoek Anna’s blog ‘Ook Anna doet dingen’ voor meer foto’s en verhalen van haar tijd in Australië.