Niemand is zo honkvast als Özcan Akyol. Voor ons gesprek met de schrijver reizen we af naar zijn geliefde geboortestad Deventer, de enige plek die écht deel uitmaakt van zijn identiteit. Nederlanders zien hem zelden als Nederlander, veel Turken zien hem – zeker na zijn kritische uitlatingen over het land van zijn ouders – niet meer als Turk. Dit jaar ontving Akyol meerdere malen bedreigingen vanuit de Turkse gemeenschap, die in Deventer verrassend groot is. De schrijver onderhoudt sowieso een moeizame relatie met zijn eigen achtergrond. Na een moeilijke jeugd, die Akyol zelfs deels in een huis van bewaring doorbracht, brak hij tien jaar geleden met zijn vader. Het leverde hem wel iets op: de inspiratie voor zijn romans Eus en Turis en de documentaireserie De neven van Eus. Daarmee ontworstelde Özcan Akyol zich aan zijn demonen.

Door: Edwin van Druten & Dirk Baart

In een restaurant aan het grote marktplein van de voormalige Hanzestad loopt Akyol na het handen schudden regelrecht door naar achteren. Het lijkt alsof de schrijver en columnist van onder andere het Algemeen Dagblad hier vaker zit voor interviews, diep weggestopt van eventuele starende blikken op straat. “Ik kies eigenlijk wel bewust voor deze plek,” zegt hij als we ernaar vragen, “omdat hier bepaalde mensen niet komen.” Sinds het uitkomen van zijn documentaireserie De neven van Eus in mei dit jaar worden er ernstige dreigementen aan het adres van de schrijver geuit. Zo ernstig, dat de recherche een dossier is gaan bijhouden. Het houdt Akyol zelf ook bezig: “Ik ga nu niet gewoon door de stad lopen, want je weet dat er dingen kunnen gebeuren.” Maar hij maakt zich geen grote zorgen, voegt hij toe: “Ik ben best wel nuchter onder die dingen. Ik denk dat ik pas echt bang of angstig zal worden als mensen me op straat ook elke dag op een negatieve of hele agressieve manier zouden bejegenen. Dat is nog niet echt aan de orde.”

“Ik heb mijn rol als buitenbeentje omarmd”

Eigenlijk ontvangt de auteur al jarenlang steevast dezelfde opmerkingen en uitingen. “Op een zeker moment maakt het niet uit waarover je schrijft, de reacties zijn nagenoeg identiek. Als ik over Wilders schrijf, dan zijn er dreigementen als: ‘Ik ga niet remmen als je een keer voor mijn auto loopt.’ En als het een andere keer over Ajax-supporters gaat, wordt er net zo militant gereageerd. Het heeft niet meer te maken met het onderwerp, maar het is meer de mentaliteit van mensen anno 2017 om gelijk tot beledigingen over te gaan. Het is echt een ziekte van deze tijd.” Echt onzeker wordt Akyol er niet van en hij zal er ook geen woord minder om op papier zetten. Sterker nog, tegenspraak motiveert hem juist. “Als ik iets niet zeker weet, ergens over twijfel, of enorm tegengas krijg, dan wil ik nog best geloven dat ik er naast zit. Maar als ik er echt van overtuigd ben dat ik niks raars heb opgeschreven, of niks raars heb uitgesproken op televisie, dan kan ik er gewoon met mijn pet niet bij dat mensen zo agressief reageren. Het is echt een vorm van brainwashing, waarbij het niet uitmaakt welke stroming het betreft. Mensen hersenspoelen zichzelf gewoon op internet.”

Kan hij niet beter af en toe zijn mond houden, vragen we hem. Hierop vertelt Akyol over Het Zomerdagboek van Özcan Akyol dat deze zomer op Radio 1 wordt bijgehouden. “Elke ochtend vijf minuten een dagje met Eus. Gisteren ging de jongen die dat opneemt voor het eerst mee, en dat was bij vrouwenvoetbal. Ik zit daar echt met de beste bedoelingen naar die wedstrijd te kijken en ik hoop dat Nederland kampioen wordt, maar ik kan het gewoon niet opbrengen om iets heel anders te zeggen dan wat ik vind. En dan spreek ik uit wat ik voel en wat ik zie en wat ik denk, maar dan weet ik dat het me weer gezeik op gaat leveren. Dat gezeik is erg, maar zelfverloochening is erger. Zover moet je het niet laten komen.”

 

Credits: Tess Kamphorst


Precies daarom schroomt Akyol ook niet om kritisch te schrijven over het land van zijn ouders. Turkije lijkt bij hem een bovengemiddelde fascinatie teweeg te brengen, maar dat betwist hij. “Ik zal nooit uit mezelf een discussie over Turkije willen ontketenen. Maar op het moment dat er arrestaties plaatsvinden, dan vind ik wel dat ik het aan mijn stand verplicht ben om die actualiteit te duiden. Of althans een poging daartoe toe doen. Dat heeft gewoon te maken met de achtergrond die onlosmakelijk aan mij verbonden is. Het valt meer op als ik zwijg wanneer er iets gebeurt in Turkije en alle kranten daar iets over zeggen. Als ik iets over Turkije zeg, heeft dat altijd een actuele, urgente aanleiding.”

Binnen de Turkse gemeenschap wordt Akyol hierdoor als een paria beschouwd. De Deventenaar is het wel gewend een rol buiten de groep te hebben. “Ik ben eigenlijk overal een buitenbeentje. Puur feitelijk ook: ik kom uit Deventer, ik ben een kind van gastarbeiders en heb een Turkse achtergrond. In de literaire wereld ben je dan al heel anders dan anderen, in de televisiewereld ook. Tegelijkertijd ben ik in de Turkse samenleving heel anders dan anderen, omdat ik vrij liberaal ben opgevoed en geen geloof aanhang. De rol van het buitenbeentje is er wel een die mij uiteindelijk goed ligt. Ik heb die rol omarmd en ben daardoor ook wel een beetje ongrijpbaar: niemand kan mij echt claimen. Dat is voor heel veel mensen interessant, voor anderen frustrerend. Dat is gewoon wie ik ben. Door omstandigheden ben ik een soort rare cocktail geworden van eigenschappen en achtergronden, en dat werkt soms goed.”

Juist omdat Akyol zo’n “rare cocktail” is, kan hij makkelijk een visie op een onderwerp vormen. “Dat is natuurlijk totaal onbewust gegaan. Door mijn spirituele of sociale vorming en doordat vroeger überhaupt nooit echt duidelijk was wat goed en fout was, ben ik heel autonoom en onafhankelijk geworden. Daar hebben mensen moeite mee, omdat eigenlijk alle columnisten, opiniemakers en schrijvers een soort uitgesproken voorkeur hebben. Bij mij kan het van links naar rechts gaan als het bijvoorbeeld om politiek gaat. Veel columnisten en opiniemakers hebben ook te maken met een achterban in de vorm van een familie, een gemeenschap, een politieke partij of een land. Dat heb ik allemaal niet. Er is geen ballast.”

“Gezeik is erg, maar zelfverloochening is erger”

Akyol houdt zich inderdaad vooral bezig met zichzelf. Zijn eerste twee romans, Eus en Turis, vielen beiden op door de manier waarop de Deventenaar zich vereenzelvigde met het hoofdpersonage. “Ik heb een hekel aan mensen die over zichzelf schrijven en dat niet toe durven te geven”, legt Akyol uit. “Ik las ooit een pleidooi in een krant van een dame die sprak over honderd procent fictie. Dat bestaat helemaal niet.” Eus is, mede vanwege zijn autobiografische karakter, te karakteriseren als een schelmenroman, product van een literair genre dat zich richt op een aaneenschakeling van avonturen waarin een hoofdpersonage zich in veel gevallen van zijn omgeving onderscheidt. Tot op zekere hoogte ziet Akyol zichzelf als zo’n schelm: “Ik was altijd wel samen met mensen, maar ik bepaalde mijn eigen regels. De schelm heeft zijn eigen belang, en dat is niet altijd het algemeen belang.” Toch haast Akyol zich te zeggen dat hij geen doortrapt jongetje was dat de boel doelbewust manipuleerde. “Het maken van zo’n boek zorgt voor zelfinzicht. Nu ik met afstand terug kan kijken, begrijp ik beter waarom ik bepaalde dingen deed.”

Zijn boeken verschaften Akyol niet slechts inzicht in zichzelf, maar ook in zijn vader, die een belangrijke rol vertolkt in zijn leven én in zijn tweede roman, Turis. Daarin vreest Akyol, nu zelf vader, net zo te worden als zijn eigen oude heer. “Je moet vechten tegen je demonen. Als jullie nu een fles whiskey op tafel zetten, kan ik er misschien niet van afblijven”, bekent hij. “Bewustwording is belangrijk: als je weet wat je demonen zijn, kun je tegen ze vechten of daar in ieder geval een poging toe doen.” Volgens Akyol is die strijd nooit echt gestreden: “Ik geloof echt dat we zo geprogrammeerd zijn dat we daar nooit meer vanaf komen.” Bijna meteen vervolgt de Deventenaar: “Ik wil me daar niet achter verschuilen, hoor. Het zou zwak zijn om te zeggen dat ik sneller alcoholist zou kunnen worden omdat mijn vader dat is, maar het verklaart wel waar die drang naar alcohol vandaan komt, die drang naar avontuur.”

 “Ik vind het ook jammer dat hij [mijn vader] er fysiek nog is”

Om de invloed van zijn vader zoveel mogelijk uit te bannen en zich te beschermen tegen de frustratie en irritatie die de omgang met hem oplevert, brak Akyol zo’n tien jaar geleden met hem. Hij mag Akyols dochter niet zien. “Ik heb niet het idee dat hij daar nou heel erg van onder de indruk is.” Bang om later spijt te krijgen van zijn besluit is de schrijver beslist niet. “Misschien is het een defect in mijn hoofd, maar ik heb zonder al te veel emotionele overpeinzingen met hem gebroken. Natuurlijk is het niet zo dat ik niet heb gebaald dat ik geen normale vader heb met wie ik naar het voetbal kan gaan of met wie ik lekker kan barbecueën.” Voor Akyol is het boek echter definitief dicht. “Wat zou ik moeten missen? Ik heb nooit leuke momenten met hem gehad. Het enige waar ik een beetje van baal is dat ik nooit een echte vader heb gehad.” Hoewel, het enige? “Ik vind het ook jammer dat hij er fysiek nog is”, vertelt hij. “Via mijn moeder bereiken berichten mij nog weleens, dat vind ik jammer. Als hij nou ook fysiek weg was, dan was het helemaal goed geweest.” Na een korte stilte: “Dat is misschien een beetje morbide om te zeggen, maar zo is het wel.”

“Als je broodschrijver bent geworden, dan is er iets niet goed gegaan met je carrière.”

Inmiddels heeft de literatuur waarmee Akyol zich ontworstelde aan zijn milieu hem zelf een opvoedende rol bezorgd. Samen met Mano Bouzamour en Elfie Tromp schreef de Deventenaar een kort verhaal voor het Literatour Boekenweekgeschenk 2017, dat deze maand in de vorm van bundel 3PAK cadeau wordt gedaan aan alle middelbare scholieren met de bedoeling hen te enthousiasmeren voor literatuur. Schrijven dient de schrijver daarentegen geen direct doel. “Ik ben ooit begonnen met schrijven als liefhebber en estheet”, legt Akyol uit. “Het was pure romantiek. Dat moet schrijven ook zijn, vind ik. Als je broodschrijver bent geworden, dan is er iets niet goed gegaan met je carrière.”

Aan de andere kant is de Deventenaar realistisch: schrijven kan niet voor een geschikt basisinkomen zorgen. Daarbij komt dat je niet elk halfjaar een boek kunt schrijven. “Tenzij je Herman Brusselmans heet,” wijst Akyol op de cover van de vorige Geestdrift. In tegenstelling tot de Vlaamse schrijver voelt Akyol zich geen clown als hij aanschuift bij een televisie- of radioprogramma. “Ik heb gewoon een oprechte mening over veel dingen. Ik erger me nu gewoon echt kapot aan dat vrouwenvoetbal; daar hoef ik niet mijn best voor te doen. Ik ben in talkshows niet anders dan wanneer ik hier met jullie zit of wanneer ik een documentaire maak. Ik ben gewoon altijd mezelf.” Toch blijft Akyol zelfs zijn inmiddels goed gelezen (‘populair’ lijkt niet het juiste woord) columns als bijbaantje zien. “Als je me vraagt een keus te maken, zal ik altijd voor boeken kiezen. Ik zal altijd blijven schrijven. Dat is gewoon wie ik ben en wat ik wil doen.”



Özcan Akyol
Geboren op 7 april 1984, te Deventer

Deed de mavo, maar belandde na betrokkenheid bij een serie strooptochten in Europese steden op zijn achttiende in een huis van bewaring. Ontdekte daar literatuur, begon zijn eigen leven op te schrijven en besloot dat hij schrijver wilde worden. Met zijn debuutroman Eus ontworstelde Akyol zich in 2012 aan zijn milieu en ontpopte hij zich in één klap tot een van de meest besproken schrijvers des vaderlands. Hoewel, vader? De breuk met hem, die zo’n tien jaar geleden plaatsvond, bespreekt Akyol uitgebreid in zijn tweede roman Turis. Daarnaast schrijft de Deventenaar columns over alle onderwerpen, die doorgaans kunnen rekenen op veel kritiek. Dit jaar maakte hij temidden van de onrust in Turkije de veelbesproken documentaireserie De neven van Eus.