Een stappenplan

De vraag “Wat kun je met die studie?” kan hard aankomen. Want hoewel de meeste studenten kiezen voor een studie omdat die hen interesseert, weten ze maar al te goed dat ze vroeg of laat moeten nadenken over de vraag: “Hoe ga ik later mijn boterham verdienen?”

Door Lauren Smits

Je studententijd is bij uitstek de tijd om over je carrière na te denken. Vanaf je twintigste is je brein in staat overzicht te verkrijgen over de kennis die je hebt. Bovendien heb je beter inzicht gekregen in de wereld en jezelf. Je bent niet meer die naïeve middelbare scholier. Sommige studenten maken hier gebruik van en weten in grote lijnen waar ze het liefst terecht willen komen. Veel studenten hebben echter helemaal geen zin om daarover na te denken, of weten niet waar ze moeten beginnen.
Dat het toch nuttig is om met je toekomst bezig te zijn, blijkt uit het Nationale Werkonderzoek 2011 van Jobtrack.nl dat begin november verscheen. Uit dit onderzoek blijkt dat 50% van de Nederlanders een ander beroep zou kiezen, als ze opnieuw voor de keuze stonden. Na decennia nog van baan veranderen doet men echter niet zo snel, omdat de financiële zekerheid dan in het geding komt. Velen behouden liever hun vaste contract en salaris dan dat ze korten op hun uitgaven om bijvoorbeeld een opleiding te volgen of een functie met een lager salaris aan te nemen. Econome Erica Verdegaal adviseert deze mensen in haar column in het NRC Handelsblad van 5 november om een zelfhulpboek ter hand te nemen: “Het is niet ondenkbaar dat je, na het serieus doorwerken van één goed loopbaanboek, het licht al ziet.” Een dergelijk loopbaanboek is dat van Richard N. Bolles. De eerste editie van zijn boek Welke kleur heeft jouw parachute? verscheen in 1970 en is sindsdien het best verkochte boek over het plannen van je carrière. Opdat je niet het hele boek door hoeft te ploegen, biedt Geestdrift je een doe-het-zelf stappenplan aan, geïnspireerd op het boek van Bolles.

Stap 1: Laat alle opties open
Je boekt het meeste resultaat als je je in je keuzes niet laat leiden door de studie die je doet. Dit klinkt misschien raar, maar je keuzegebied teveel afgrenzen kan een belemmering zijn voor het vinden van je droombaan. Waarschijnlijk zullen veel van je interesses te maken hebben met de studie die je doet, maar het is verstandig ook dingen die je daarbuiten interesseren mee te nemen. Dit kan originele combinaties opleveren en je bovendien een sterke positie geven op de arbeidsmarkt. Werkgevers selecteren niet alleen op opleiding, maar des te meer op getoonde interesse en passie. Je passie vinden is niet alleen leuk voor jezelf, maar verhoogt ook je kans op een baan.

Stap 2: Focus
Om te weten wat je wilt, moet je jezelf beter leren kennen. De twee belangrijkste vragen die je volgens Bolles kunt stellen om te ontdekken wat je later voor werk wilt gaan doen, zijn:

1. Welke overdraagbare vaardigheden vind je leuk om te doen of wil je graag leren? Overdraagbare vaardigheden zijn vaardigheden die je in verschillende situaties kunt toepassen, denk daarbij aan analytisch denken, conflicten oplossen of pakkend schrijven. Het zijn die dingen die je tijdens je studie, werk of vrije tijd doet, waar je hart sneller van gaat kloppen.
2. Welke kennisgebieden vind je interessant? Deze kennisgebieden kunnen uit je studie komen, bijvoorbeeld: Franse literatuur, de geschiedenis van de Middeleeuwen, of moderne bouwkunst. Maar denk ook aan je dagelijks leven en wat je op straat en in de media interesseert: het brouwen van bier, de verstedelijking van de Randstad of het grote productaanbod in de supermarkt.

Stap 3: Verzamel informatie over jezelf
Antwoorden op bovengenoemde vragen vinden, doe je bijvoorbeeld zo:
• Verzamel een tijd lang alle kranten- en tijdschriftartikelen die je met interesse gelezen hebt;
• Zoek op welke vakken je gevolgd hebt tijdens je studie en probeer je te herinneren welke onderdelen je daaraan interessant vond of wat je leuk vond om te doen;
• Vraag aan je vrienden of familie wat zij denken dat jouw vaardigheden en interesses zijn;
• Bedenk welke dingen je elke dag met plezier doet.

Stap 4: Orden
Als het goed is heb je nu een grote hoeveelheid aan informatie over jezelf. Sorteer deze gegevens in waar je wel, waar je niet en waar je misschien mee verder wilt. Denk ook na over hoe belangrijk je salaris en vrije tijd vindt en hoe je zou willen dat je woon- en werkomgeving eruit ziet. Als je na je studie graag in Amsterdam wilt wonen, moet je dat meenemen. Ook als je het belangrijk vindt om veel te verdienen of als je met een bepaald type mensen wilt samenwerken, moet je dat in acht nemen.
Maak een overzicht waarin je je favoriete vaardigheden en interessegebieden verwerkt en je wensen als het gaat om wonen, werken en salaris.

Stap 5: Bedenk mogelijke beroepen
Bedenk op basis van dit overzicht welke banen hierbij zouden kunnen passen. Een beurs bezoeken of de websites van potentiële werkgevers bekijken kan daarbij helpen. Maak zoveel mogelijk combinaties van vaardigheden en interesses en maak zo een lijst van mogelijke beroepen. Streep de beroepen die je niet aanspreken uit je banenlijst weg. Als het goed is blijven er nog een paar opties over.

Stap 6: Doe praktijkervaring op
Om zeker te weten of deze banen bij je passen, is het verstandig en leerzaam om een stage, bijbaan of vrijwilligerswerk te doen in die branches. Dat geeft je inzicht in wat het werk in de praktijk inhoudt.

Als je deze stappen volgt, is de kans dat je je op je vijftigste bedenkt dat je eigenlijk iets heel anders had willen doen een stuk kleiner.